|
Technische tekeningenIn de Provinciale Atlas Noord-Holland bevindt zich een collectie technische tekeningen van uiteenlopende aard. Vroegere bouwtekeningen, vooral de ingekleurde presentatietekeningen, worden nu vaak als kunstwerken beschouwd. De ontwerptekeningen van dijken, stoomgemalen, dorpsscholen, kerken en buitenplaatsen uit de afgelopen vier eeuwen vormen voor onderzoekers en restauratoren een belangrijke bron over de gebouwde omgeving in Noord-Holland.
|
|
|
|
Bouwtekening VredenburghPieter post In de net drooggelegde Beemster werden in de zeventiende eeuw door welgestelde Amsterdamse kooplieden herenboerderijen of buitenplaatsen aangelegd. Door de geometrische indeling van de lanen, landschapskamers, pleinen, buitenplaatsen, boerderijen en watergangen ontstond een nieuwe architectonische landschapsplattegrond, gebaseerd op het ideale vierkant van de Renaissance en te vergelijken met de laatzestiende-eeuwse Italiaanse landbouwvilla’s. De buitenplaatsen in de Beemster werden volgens dit ideale model aangelegd. Van de buitenplaatsen in de Beemster is er geen een meer over. Alleen maquettes, (bouw-)tekeningen en gedichten herinneren aan de vroegere glorie. “ Hier pralen Belvliet, Volgerwijk en Jagerslust, hier kunnen ’t Hof, Beemsterlust en Vreedebburgh ons waare vreugde gunnen …”’
|
|
|
|
Bouwtekeningen Vredenburgh, circa 1640 Philips Vingboons (1607-1665)
|
|
|
|
Bouwtekeningen Vredenburgh en tuinontwerp, 1639 en circa 1653 Pieter Post (1606-1668) Gravure, Pieter Nolpe en Jan Mattes Zowel Post als Vingboons hebben voor Frederick Alewijn een ontwerp voor de buitenplaats Vredenburgh gemaakt. Het ontwerp van Post is uiteindelijk uitgevoerd. Pieter Post ontwierp ook de tuinen met eikenplantages, een moes- en kruidtuin, een kersenboomgaard en twee siertuinen; één voor en één achter. Vredenburgh is in 1819 gesloopt.
|
|
|
|
Molen met scheprad, bovenmolen of uitmaalder van de bedijkte Beemster op Schermer boezem, 1816F.Schoorl Uit schriftelijke bronnen weten we, dat er rond 1407 een windwatermolen in de buurt van Alkmaar stond. Het was waarschijnlijk een voorloper van de bekende met scheprad uitgeruste molen, die in de 16de eeuw tot volledige ontwikkeling kwam. Een dergelijk molen heette ook wel een binnenkruier, omdat het wiel waarmee de wieken op de wind werden gezet, zich boven in de kap bevond. De diepste meren konden worden drooggemalen door series van deze trapsgewijs opererende molens. Drietraps molengang in de Beemster. De ondermolen maalt het water uit de sloot naar de onderkolk. De middenmolen maalt het naar de bovenkolk, waaruit de derde molen het water in de ringvaart uitslaat. Jan Adriaensz Leeghwater, 1633 Pen tekening
|
|
|
|
Tekening van een molen in de Binnendijkse Buitenveldersche Polder bij Amsterdam, 1836.Jan van Maurik (1812-1893). Gekleurde tekening, 87 x 57 cm, 1836. Deze technische tekening werd vervaardigd door Jan van Maurik, die negen jaar na dato directeur werd van de Stads Waterwerken van Amsterdam. De tekening laat een technische wijziging zien bij een van de drie molens in de Binnendijkse Buitenveldertsche polder: het scheprad is door een vijzel vervangen. Onder meer met behulp van dergelijke kleine ingrepen kon de goedkope windmolen voor de polderbemaling nog tot het derde kwart van de negentiende eeuw zich tegenover het stoomgemal handhaven. Pas vanaf 1870 werd de stoomkracht voor polderbemaling algemeen gangbaar. Vijzel- of schroefmolens werden voor het eerst bij de droogmaking van het Starnmeer gebruikt. Het patent hierop had Symon Hulsebos uit Leiden. Met dergelijke molens kon het water een stuk hoger worden opgemalen. De nieuwe vinding won langzaam terrein. Dit kwam omdat de oorspronkelijke schepradmolens niet omgebouwd konden worden tot vijzel- of schroefmolens.
|
|
|
|
Bovenaanzicht van een aan te leggen kistdam voor het dichten van een gat in de Muider Zeedijk 1702 N.L. inv. kopergravure; 29 x 53 cm In de voortdurende strijd tegen het water was de dijkverzwaring een punt van aanhoudende zorg. Vele tientallen overstromingen zetten grote delen van Noord-Holland regelmatig onder water. De watervloed in april 1702 had een enorm gat in de Muiderzeedijk geslagen.
|
|
|
|
Presentatietekening voor een wintertuin in het lokaal Dalmeijer te Hoorn, 1881.Adrianus Cyriacus Bleijs (architect, 1842-1912) Gekleurde tekening, 46 x 67 cm A.C. Bleys werd opgeleid door de architect van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam, P.J.H. Cuypers. Vervolgens was Bleys werkzaam in de provincie Noord-Holland, vooral in Hoorn. In 1880 kon hij op rond honderd verbouwingen en nieuwe gebouwen bogen, onder meer een aantal prestigieuze kerken. In deze tijd kreeg hij van de Hoornse caféhouder Dalmeijer de opdracht diens café aan de Kaasmarkt (Rodesteen nr. 9) uit te breiden met een attractieve wintertuin. Bleys combineerde hier motieven uit zestiende-eeuwse Italiaanse villa’s (grot en illusionistische geschilderde omgeving) met een moderne gietijzeren dakconstructie. Deze combinatie van decoratieve historische vormen en moderne techniek is kenmerkend voor de architectuur in de tweede helft van de negentiende eeuw, die dankzij architecten als Bleys ook tot de kleine steden en plaatsen van Noord-Holland doordrong.
|
|
|
|
Presentatietekening voor een villa in een villawijk te Hilversum, 1874.IJme Gerardus Bijvoets Gz. (architect, 1837-1901). Gekleurde tekening, 1874. De tekening behoort bij een reeks van acht ontwerpen voor zomervilla’s, die de in Amsterdam werkzame architect IJme Bijvoets in 1874 en 1875 voor zijn eigen terrein te Hilversum had bedacht. Bijvoets deed mee aan de terreinspeculatie in en rond Hilversum, die met ingebruikneming van de spoorlijn in 1874 op gang kwam. De villaontwerpen van Bijvoets laten de verschillende mogelijkheden zien, door via samenstelling van historische stijlvormen een ‘schilderachtig’ effect te bereiken. Het gekozen voorbeeld combineert bijvoorbeeld een soort Zwitserse ‘Chaletstijl’ met een klassieke Griekse gevelbekroning.
|
|
|